Have, have got, have to
Have is een werkwoord dat als hulpwerkwoord gebruikt kan worden en als hoofdwerkwoord. Net zoals in het Nederlands dus. Denk maar aan 'heb gehad' waarin 'heb' een hulpwerkwoord is en 'gehad' het hoofdwerkwoord.
Op deze pagina gaan we het hebben over het gebruik van have als hoofdwerkwoord. (klik hier voor info over have als hulpwerkwoord)
Have komt in vier vormen voor: als have, als have got als have to en tenslotte als have got to.
Have
[1] Als have of had het enige werkwoord in een zin is, heb je te maken met de Simple Present of Simple Past.
Ik heb een broer.
Hij heeft een auto,
maar hij heeft geen rijbewijs.
Dus nu heeft hij hoofdpijn.
Tja..
[2] In een vragende zin heb je in de Simple Tense behalve have ook het hulpwerkwoord do nodig.
[3] Ook in een ontkennende zin kun je in de Simple Tense het hulpwerkwoord do gebruiken. Het hoeft echter niet!
He has no driver's license. »
He had no girlfriend. »
Ik heb een broer.
Hij heeft een auto,
maar hij heeft geen rijbewijs.
Dus nu heeft hij hoofdpijn.
Tja..
[2] In een vragende zin heb je in de Simple Tense behalve have ook het hulpwerkwoord do nodig.
[3] Ook in een ontkennende zin kun je in de Simple Tense het hulpwerkwoord do gebruiken. Het hoeft echter niet!
He has no driver's license. »
He had no girlfriend. »
I have a brother.
He has a car,
but he has no driver's license.
So now he has a headache.
Oh well..
Does he have a driver's license?
Did he have a girlfriend?
He doesn't have a driver's license.
He didn't have a girlfrend.
Have got
In de spreektaal hoor je ook wel have got in plaats van alleen have.
Have got is hier één werkwoord, ook al schrijf je het als twee losse woorden. *
[1] Je kan have got gebruiken als je wilt aangeven dat iemand iets bezit. Dat kan een voorwerp zijn, of een eigenschap, een relatie of zelfs een ziekte.
I have a brother. »
He has a car, »
but he has no driver's license. »
So now he has a headache. »
[2] Je gebruikt have got alleen in informeel Engels en alleen in de Present Simple (onvoltooid tegenwoordige tijd). In andere gevallen komt het niet voor.
[3] Als iets vaker voorkomt of als het een gewoonte is, wordt have got niet gebruikt, maar gebruik je alleen have.
[4] Als je een zin met have got vragend wilt maken heb je geen hulpwerkwoord do nodig. Dat is dus anders dan bij alleen have. Dan moet het wel.
[5] In Amerikaans Engels hoor je ook nog wel eens alleen got, zonder have. Dat is heel informeel, zeg maar straattaal.
Have got is hier één werkwoord, ook al schrijf je het als twee losse woorden. *
[1] Je kan have got gebruiken als je wilt aangeven dat iemand iets bezit. Dat kan een voorwerp zijn, of een eigenschap, een relatie of zelfs een ziekte.
I have a brother. »
He has a car, »
but he has no driver's license. »
So now he has a headache. »
[2] Je gebruikt have got alleen in informeel Engels en alleen in de Present Simple (onvoltooid tegenwoordige tijd). In andere gevallen komt het niet voor.
[3] Als iets vaker voorkomt of als het een gewoonte is, wordt have got niet gebruikt, maar gebruik je alleen have.
[4] Als je een zin met have got vragend wilt maken heb je geen hulpwerkwoord do nodig. Dat is dus anders dan bij alleen have. Dan moet het wel.
[5] In Amerikaans Engels hoor je ook nog wel eens alleen got, zonder have. Dat is heel informeel, zeg maar straattaal.
* Het is een beetje als in de Nederlandse zin: Zij viel drie kilo af. Viel en af zijn hier samen ook maar één werkwoord: afvallen.
I have got a brother.
He has got a car,
but he hasn't got a driver's license.
So now he has got a headache.
I've got a great idea.
maar: I'm having a great idea.
en: I had a brilliant idea.
I've got toothache.
maar: I often have toothache.
I haven't got any Whiskey.
maar: We don't usually have whiskey in the house.
Have you got a new boyfriend?
Do you have a new boyfriend?
I got a problem.
Got a light?
Have to
Een ander vorm is have to. Ook dit moet je weer zien als één werkwoord.
[1] Have to geeft een verplichting aan en lijkt een beetje op must. Er is echter een verschil:
Must geeft aan dat je zelf vindt dat iets moet.
Have to is definitiever. Het moet absoluut! Je gebruikt het als er een invloed van buitenaf is: je hebt bijvoorbeeld iets afgesproken of er is een regel of een wet.
[2] Om een zin met have to vragend of ontkennend te maken, moet je gebruik maken van het hulpwerkwoord do.
[1] Have to geeft een verplichting aan en lijkt een beetje op must. Er is echter een verschil:
Must geeft aan dat je zelf vindt dat iets moet.
Have to is definitiever. Het moet absoluut! Je gebruikt het als er een invloed van buitenaf is: je hebt bijvoorbeeld iets afgesproken of er is een regel of een wet.
[2] Om een zin met have to vragend of ontkennend te maken, moet je gebruik maken van het hulpwerkwoord do.
We must go now.
(I think it's time)
We have to go now.
(Pete is waiting for us)
Do you have to do that?
I don't have to go to school today.
Have got to
Have got to is hetzelfde als have to, maar informeler.
I have to see her tomorrow.
Do I have to see her tomorrow?
I don't have to see her tomorrow.
I have to see her tomorrow.
Do I have to see her tomorrow?
I don't have to see her tomorrow.
I have got to see her tomorrow.
Have I got to see her tomorrow?
I haven't got to see her tomorrow.
Oefen het gebruik van Have
Have/Have got: oefening 1 | oefening 2 | oefening 3 | oefening 4 | oefening 5




