De inhoud

Engelse bijwoorden

We geven toe: bijwoorden zijn een ramp. Dat komt omdat ze het vuilnisbakkenras van de grammatica zijn. Daarom kennen ze meer uitzonderingen dan regel.

Maar niet getreurd: hier is Taaldok.nl to the rescue! We hebben het weer even voor jullie op een rijtje gezet. Bovendien hebben we de veel voorkomende bijwoorden op vier aparte pagina's allemaal verklaard. En onderaan deze pagina vertellen we meer over de woordvolgorde van bijwoorden.

Adverbs - bijwoorden

Van bijvoeglijke naamwoorden kun je bijwoorden maken door er -ly aan toe te voegen.

Bijwoorden kunnen op de volgende manieren gebruikt worden:

[1] met werkwoorden, om extra informatie toe te voegen over hoe, wat of wanneer.


[2] voor bijvoeglijke naamwoorden.


[3] voor andere bijwoorden.
The engine is very quiet.
It runs very quietly. (adverb)
He is hopeless.
He is hopelessly in love. (adverb)



She sang beautifully.
I'm coming soon.
You always misunderstand me.

These essays are remarkably similar.
The blouse was outrageously expensive.

He moves terribly quickly.


Sorry!

Helaas zijn niet alle woorden die eindigen in -ly bijwoorden.

[1] Sommige zijn bijvoeglijk naamwoorden. Deze kan je dan ook niet als bijwoorden gebruiken. De meest voorkomende zijn »


She sang lovely is dus fout, want lovely is een bijvoeglijk naamwoord. Dus is het »


[2] Dan zijn er ook nog een paar woorden die eindigen in -ly en die zowel een bijwoord als een bijvoeglijk naamwoord kunnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn daily, weekly, monthly, yearly, early »


[3] En tenslotte zijn er bijwoorden die er uitzien alsof het bijvoeglijke naamwoorden zijn. Dat zijn er zoveel, dat we ze apart behandelen. Kijk maar:





friendly, lovely, lonely, ugly, likely, deadly, cowardly, silly


Her singing was lovely.
of
She sang beautifully.




A daily paper is published daily.

Het eerste daily is een bijvoeglijk naamwoord, het tweede een bijwoord.



bijwoorden A-J »
bijwoorden K-Z »


Adverbs A-J »    |    Adverbs K-Z »



Word Order - woordvolgorde

Een bijwoord kan op drie plaatsen staan:

  • 1. aan het begin van een zin,
  • 2. ergens 'in het midden' van een zin,
  • 3. aan het einde van een zin.

Daarmee is helaas niet gezegd dat ieder bijwoord ook op alle drie de plaatsen kan staan. Het werkt als volgt:

[1] De bekendste bijwoorden die aan het begin van een zin kunnen staan zijn de bijwoorden van bepaalde tijd, oftewel de tijdsbepalingen.

Deze bijwoorden kunnen ook aan het einde van een zin staan, maar nooit in het midden.

Dan zijn er ook nog bijwoorden van onbepaalde tijd. Die staan nooit aan het begin, maar wel in de middenpositie.

Voorbeelden van deze bijwoorden zijn »



[2] De meeste bijwoorden kunnen in het midden van een zin staan.

En de meeste daarvan kunnen ook aan het einde staan.

Bijwoorden die niet in het midden van een zinsdeel kunnen staan zijn:

  • - bijwoorden die een vaste tijd aangeven »
  • - bijwoorden die een plaats aangeven »
  • - bijwoorden die aangeven hoe goed iets is gedaan »

Over het algemeen staan de bijwoorden vòòr het werkwoord.

Maar is het werkwoord am, is, are, was of were,dan komen ze achter het werkwoord.

En als er hulpwerkwoorden gebruikt worden, dan komt het bijwoord na het eerste hulpwerkwoord.


[3] De meeste bijwoorden kunnen aan het einde van een zin of zinsdeel staan. Als er meerdere bijwoorden worden gebruikt, is de volgorde:

  • - eerst de bijwoorden die iets zeggen over het hoe »
  • - dan de bijwoorden die iets zeggen over het waar »
  • - en tenslotte de bijwoorden die iets zeggen over wanneer»

En dan zijn er nog bijwoorden die nooit aan het einde van een zin kunnen staan zijn. Zij geven een mate van (on)zekerheid aan.












Yesterday I got up late.
Once I wanted to be a doctor.
In January it hardly snowed.

I got up late yesterday.
I wanted to be a doctor once.

I never get up late
I always wanted to be a doctor.
Have you ever seen such rubbish?

never, always, seldom, often, frequently, rarely, already, sometimes, soon, generally, usually.

I don't at all agree.
I angrily walked out of the room.

I don't agree at all.
I walked out of the room angrily.




Yesterday, today, last year, etc.
Outside, inside, northwards, etc.

Well, badly, brilliantly, hopelessly.

She suddenly stood up.
I often go hang-gliding.

She is often late.
I was never happy with her.

We have always lived in this house.
This job will never be finished.









I worked hard.

I worked hard at the ranch.

I worked hard at the ranch yesterday.

They've probably forgotten her.
I definitely saw her.
Perhaps it'll storm tomorrow.
Surely you don't think she's beautiful.