De inhoud

Engelse bijvoeglijke naamwoorden

De bijvoeglijke naamwoorden zijn vrij makkelijk. Er zijn maar een paar regeltjes die je moet weten, dus daar ben je zo klaar mee. Bovendien gebruik je ze precies zoals in het Nederlands. Dat geldt eigenlijk ook voor de vergrotende en overtreffende trap. Wat lastiger misschien is de woordvolgorde. Dat behandelen we aan het eind.


Adjectives

De bijvoeglijke naamwoorden geven een omschrijving van iets of iemand.
Ze kunnen op twee manieren worden gebruikt:

[1] voor zelfstandige naamwoorden.


[2] na sommige werkwoorden. De meest voorkomende zijn:

- be, feel

- look, seem, appear



- sound, smell
en taste.




A beautiful girl, a nice chick, a hopeless guy, a naff sweater, a great festival, a pathetic idea.



I am sick. I feel nauseous.

He looks alright.
He seems OK.
He appears to be fine.

That band sounds shit.
It smells horrendous.
His cooking tastes horrid.

Watch out!

Sommige woorden kunnen zowel een bijvoeglijk naamwoord als een bijwoord zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

daily, weekly, monthly, yearly, early




A daily paper is published daily.
Het eerste daily is een bijvoeglijk naamwoord, het tweede een bijwoord.



Engelse vergrotende en overtreffende trap

De vergrotende en overtreffende trap van de bijvoeglijke naamwoorden in het Engels werkt het vrijwel hetzelfde als in het Nederlands. Er is één groot verschil: de Engelstaligen houden zich strikt aan de regels. Dat maakt het leren echter alleen maar makkelijker. Ze doen het als volgt:

Comparative & Superlative

[1] Woorden met één lettergreep, krijgen -er of -est als achtervoegsel.

Als het woord eindigt met één klinker plus één medeklinker, dan verdubbel je die medeklinker.


[2a] Woorden met twee lettergrepen krijgen -er of -est toegevoegd als:

  • - de klemtoon op de tweede lettergreep valt.

  • - of als ze eindingen in -le, -er, -ow, of y. (die y wordt dan een i)



[2b] Woorden met twee lettergrepen krijgen er more of most voor als de klemtoon op de eerste lettergreep valt.

[3] Woorden met drie of meer lettergrepen krijgen er ook more of most voor.

[4] En dan zijn er natuurlijk altijd een paar uitzonderingen.
dumb, dumber, dumbest
cute, cuter, cutest

big, bigger, biggest
fat, fatter, fattest
slim, slimmer, slimmest




po'lite, politer, politest

simple, simpler, simplest
clever, cleverer, cleverest
narrow, narrower, narrowest
busy, busier, busiest.


'tired, more tired, most tired
'damaged, more damaged, most damaged


beautiful, more beautiful, most beautiful

bad, worse, worst
far, farther, farthest (USA)
far, further, furthest (UK)
good, better, best
little, less, least (beetje)
little, smaller, smallest (klein)
much, more, most
many, more, most



Engelse woordvolgorde

Hieronder laten we je nog even zien in welke volgorde je de bijvoeglijke naamwoorden zet, als je er meerdere achter elkaar gebruikt. Het komt overigens bijna niet voor dat je na een werkwoord meerdere bijvoegelijk naamwoorden gebruikt. Voor de zelfstandige naamwoorden komt het juist heel vaak voor. Het werkt zo:

Word Order

[1] meteen voor het zelfstandig naamwoord komen de bijvoeglijke naamwoorden die zeggen waarvoor iets is, wat het doel is.

[2] daarvoor komen de bijvoeglijke naamwoorden die zeggen waarvan iets gemaakt is.

[3] dan komen de bijvoeglijke naamwoorden die iets zeggen over de afkomst.


[4] vervolgens is het de beurt aan de kleuren.

[5] en als laatste (of eigenlijk als eerste) komen de woorden die iets zeggen over:

  • - leeftijd »

  • - vorm »

  • - grootte »

  • - temperatuur »

De volgorde van deze vier onderling is vrij:

A tennis racket.
A conference centre.

A steel and nylon tennis racket.
A brick conference centre.
A plastic garden chair.

A Venetian glass ashtray.
Spanish leather riding boots.
A Chinese wooden writing desk.

A green Venetian glass ashtray.
Brown Spanish leather riding boots.



Old brown Spanish leather riding boots.

A round green Venetian glass ashtray.

A big Chinese wooden writing desk.

A cold German beer.

A big cold German beer.
A cold big German beer.