Present & Past Perfect Continuous
De voltooide tijd heet in het Engels de Perfect Tense. Op deze pagina behandelen we de Present Perfect Continuous en de Past Perfect Continuous.
Present Perfect Continuous
De Present Perfect Continuous maak je met het has of have gevolgd door been + een werkwoord dat eindigt in -ing.
[1] De Present Perfect Continuous gebruik je als je het hebt over situaties die in het verleden begonnen zijn en duurde tot het heden.
[2] De Present Perfect Continuous wordt met name gebruikt bij acties en situaties die tijdelijk van aard zijn.
[3] De Present Perfect Continuous geeft aan dat iets nog niet afgelopen is.
Als het wel afgerond is gebruik je de Present Perfect.
[1] De Present Perfect Continuous gebruik je als je het hebt over situaties die in het verleden begonnen zijn en duurde tot het heden.
[2] De Present Perfect Continuous wordt met name gebruikt bij acties en situaties die tijdelijk van aard zijn.
[3] De Present Perfect Continuous geeft aan dat iets nog niet afgelopen is.
Als het wel afgerond is gebruik je de Present Perfect.
There you are... I've been waiting for three hours.
You look hot... Yes, I've been running.
I've been walking all day.
She's been lying in bed all morning.
I've been reading your book
(het is nog niet uit)
I've read your book
(ik heb het uit)
Past Perfect Continuous
De Past Perfect Continuous maak je met het had gevolgd door been + een werkwoord dat eindigt in -ing.
Je gebruikt het als je praat over iets dat duurde tot het moment in het verleden waar je het over hebt.
Je gebruikt het als je praat over iets dat duurde tot het moment in het verleden waar je het over hebt.
They had been flying for five hours, when the storm broke out.
I had been kissing Joan when her ex phoned.
When they finally arrived, I had been waiting one bloody hour.
The English Tenses
present tense
ACTIVE VOICE
past tense
I sell iPods
I am selling iPods
I have sold iPods
I have been selling iPods
I will sell iPods
I will be selling iPods
I will have sold iPods
I am selling iPods
I have sold iPods
I have been selling iPods
I will sell iPods
I will be selling iPods
I will have sold iPods
I sold iPods
I was selling iPods
I had sold iPods
I had been selling iPods
I would sell iPods
I would be selling iPods
I would have sold iPods
I was selling iPods
I had sold iPods
I had been selling iPods
I would sell iPods
I would be selling iPods
I would have sold iPods
present tense
PASSIVE VOICE
past tense
iPods are sold
iPods are being sold
iPods have been sold
iPods will be sold
iPods will have been sold
iPods are being sold
iPods have been sold
iPods will be sold
iPods will have been sold
iPods were sold
iPods were being sold
iPods had been sold
iPods would be sold
iPods would have been sold
iPods were being sold
iPods had been sold
iPods would be sold
iPods would have been sold
De tijden Nederlands-Engels
Tegenwoordige tijd
onvoltooid tegenwoordige tijd
voltooid tegenwoordige tijd
onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
voltooid tegenwoordige tijd
onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
Verleden tijd
onvoltooid verleden tijd
voltooid verleden tijd
onvoltooid verleden toekomende tijd
voltooid verleden toekomende tijd
voltooid verleden tijd
onvoltooid verleden toekomende tijd
voltooid verleden toekomende tijd
Oefen de voltooide tijd
Present Perfect: oefening 1 | oefening 2 | oefening 3 | oefening 4 | oefening 5
Past Perfect: oefening 6 | oefening 7 | oefening 8 | oefening 9 | oefening 10




